Volledige vergoeding stroomkosten bij gebruik zuurstofapparaten

Het Skgz (Stichting Klachten en Geschillen Zorgverzekeringen) heeft een bindend advies uitgebracht dat stroomkosten voor gebruik van zuurstofapparatuur/ zuurtofconcentrator volledig moet worden vergoed. Dit is de belangrijkste tekst uit het rapport:

Volledige vergoeding als uitgangspunt
Het Zorginstituut baseert zich op de wetsgeschiedenis van de Rzv om te beoordelen of aanspraak bestaat op volledige vergoeding van de stroomkosten. Gelet op de formulering van het huidige artikel 2.9, tweede lid, van de Rzv, de formulering van het oude artikel 2.27 van de Rzv en de toelichting op het oude artikel 2.27 van de Rzv, concludeert het Zorginstituut dat het moet gaan om volledige vergoeding van de stroomkosten. De tekst spreekt van een vergoeding, en niet van een tegemoetkoming in de kosten of een gedeeltelijke vergoeding. Uit de toelichting op artikel 2.27 van de Rzv blijkt dat de wetgever het niet redelijk vindt om de verzekerde te belasten met extra kosten voor stroom bij zuurstofapparatuur/ zuurstofconcentratoren. Ook dat wijst er op dat het gaat om volledige vergoeding. Bij de aanpassing van de aanspraak op zuurstofapparatuur in de Rzv per 1 januari 2010 heeft de wetgever wederom opgenomen dat het om vergoeding gaat. Er is geen aanwijzing dat de visie van de wetgever met betrekking tot het vergoeden van stroomkosten is gewijzigd naar een gedeeltelijke vergoeding of tegemoetkoming naar eigen goeddunken van de zorgverzekeraar.
Het uitgangspunt is volledige vergoeding voor gebruik van zuurstofapparatuur of een zuurstofconcentrator. Het is de verantwoordelijkheid van zorgverzekeraars om hier in de praktijk uitvoering aan te geven. Het Zorginstituut gaat niet over de uitvoering.
In het kader van ontvangen signalen over de uitvoerbaarheid van de volledige vergoeding heeft het Zorginstituut de tekst op hun website als volgt aangepast: Ook de elektriciteitskosten (stroomkosten) voor het gebruik van een zuurstofapparaat of zuurstofconcentrator worden vergoed vanuit de basisverzekering. Het uitgangspunt hierbij is een volledige vergoeding van de stroomkosten van een zuurstofapparaat of zuurstofconcentrator. Dit houdt in dat zorgverzekeraars een zo reëel mogelijke vergoeding moeten vaststellen, rekening houdend met de ontwikkelingen op de energiemarkt. Het Zorginstituut kan verder geen uitspraak doen over wat een reële vergoeding is. Het is aan de zorgverzekeraars om hier verdere invulling aan te geven.

Het Zorginstituut heeft begrepen dat zorgverzekeraars omwille van uitvoerbaarheid een tarief hanteren voor de voorgeschreven gebruiksduur waarmee is beoogd een reële vergoeding te geven voor de werkelijke kosten. Het is lastig om per individueel geval te bepalen welke kosten van een energierekening aan het gebruik van een zuurstofconcentrator kunnen worden toegeschreven.
Het door verweerder gehanteerde dagtarief raakt direct aan de indicatie van verzekerde, omdat hierbij wordt uitgegaan van een gemiddelde gebruiksduur per dag. Dit betekent voor de groep verzekerden die aangewezen is op langdurig gebruik van een zuurstofconcentrator per dag, bijvoorbeeld 24 uur, dat niet meer gesproken kan worden van een volledige vergoeding maar van een tegemoetkoming dan wel gedeeltelijke vergoeding.

Conclusie
De aanspraak als bedoeld in artikel 2.9, tweede lid, van de Rzv betreft een volledige vergoeding van de stroomkosten bij gebruik van een zuurstofapparaat of zuurstofconcentrator.

 

15-09
Rijnstate 10 oktober Informatieavond Longfibrose
15 september
08-05
Te Koop aangeboden: Rugzak voor draagbare Inogen One
8 mei
17-05
informatiemiddag over longfibrose en erfelijkheid
17 mei