Lotgenoten

Toen bij mij de ziekte longfibrose werd geconstateerd, ben ik lid geworden van de longfibrosepatiëntenvereniging. Via die vereniging heb ik mij aangesloten bij een groepje regionale longfibrose lotgenoten. We ontmoeten elkaar gemiddeld eens in de drie maanden bij iemand thuis. Het groepje is ongeveer zes patiënten groot. Het is voor mij een heel waardevol contact en de mensen die ik daar ontmoet, zijn mij inmiddels heel dierbaar geworden. Ziek worden is erg, maar een positief punt is dat ik er fantastische nieuwe vrienden bij heb gekregen. We hebben het over allerlei onderwerpen en zijn zeker niet alleen over onze ziekte bezig. Sinds kort maken we ook uitstapjes. De laatste keer zijn we gaan varen met een sloep in de sloten rond Hazerswoude en hadden een heerlijke high-tea aldaar in een theetuin. Sinds ik dit doe, inmiddels twee jaar, zijn twee lotgenoten overleden. Dat is de keerzijde van het verhaal. Je doet nieuwe contacten op, maar het is en blijft fragiel en confronterend. Wat ik wel heel mooi vind, is dat de weduwe van een overleden lotgenoot nu onderdeel uitmaakt van het vaste groepje en gewoon meedraait in onze driemaandelijkse contacten.