Moe

Als er 100 woorden voor vermoeidheid waren zou ik ze allemaal kennen. Onze taal kent slechts een woord. Zelf maak ik vaak het onderscheid tussen geestelijke en lichamelijke moe. Met veel ontspanning, afleiding en beweging is de mentale last van het chronisch ziek zijn wel onder controle te houden.

Lastiger is de lichamelijke vermoeidheid. Omdat de fibrose al flink gevorderd is ben ik tegenwoordig eeuwig en altijd moe, voortdurend en overal! Wat te doen als een verantwoorde dagindeling niet meer helpt. Als rust nemen niks uit maakt. Als het ochtend ritueel je zo uitput dat ontbijten niet meer hoeft. Als elke handeling wilskracht vraagt. Als ’s avonds zelfs een theekopje loodzwaar lijkt.

 

  1. Een van de dingen die je zeker moet doen is zorgen dat je in conditie blijft. Heel tegenstrijdig jezelf nog meer moe maken om vermoeidheid te bestrijden. Want het betekent trainen van je arm en beenspieren. Heel belangrijk zijn ook al die spieren die je gebruikt bij het adem halen. Als je een beetje aardige fysiotherapeut treft die je daarbij helpt, zorgt dat gelijk weer voor afleiding.
  2. De zuurstof en de saturatiemeter heb ik niet voor niks. Ook al staat de zuurstof al op 4 liter, als mijn saturatie erg laag is gaat de zuurstof tijdelijk een litertje hoger.
  3. Tegenwoordig is mijn belangrijkste tactiek aanvaarden dat de vermoeidheid er is. Het stoïcijns ondergaan en niet te veel aandacht aan besteden. Wanneer de vermoeidheid als een dikke mist om me heen hangt, gebruik ik het mentale plaatje van grondmist. Daar kun je als je het echt wilt bovenuit stijgen.

Soms is de vermoeidheid zo intens dat ik zelfs in gezelschap even niet deelneem aan de wereld. Vaak is er dan iemand die vraagt: “Ben je moe?” Dat ene woordje met zo’n lood zware betekenis. Gelukkig zorgt de warme belangstelling en de oprechte bezorgdheid er nog altijd voor dat ik weer uit mijn schulp kruip en even later vrolijk deelneem aan het gesprek.