Slangenstress

De zuurstoftherapie was in het begin wel even wennen. Het valt niet mee om 24 uur per dag vast te zitten aan een plastic slang. Het neusbrilletje zorgt voor wondjes en uitgedroogde slijmvliezen, tot je er achter komt dat regelmatig het neusbrilletje vervangen enorm helpt. De plastic puntjes worden hard na 1 à 2 weken en irriteren dan meer.

’s Nachts hing ik mezelf op door een paar keer rond te draaien in bed. En als ik voorbeeldig stilgelegen had, plaktt die plastic slang aan mijn keel. De oplossing blijkt eenvoudig. Je doet het slangetje in je neus en dan direct achter je hoofd. Omdat het slangetje nu niet aan je oren hangt, raakt het makkelijker los als je erg ligt te woelen, maar verder voldoet het prima.

Ook overdag ligt dat lijntje steeds in de weg. Tijdens het stofzuigen spelen stoelpoten, stofzuigerslang en elektriciteitssnoer vals. In "no time" hebben ze mijn bewegingsruimte beperkt tot een paar vierkante meter door samen een grote kluwen te vormen. Als vervolgens mijn man heel lief komt zeggen: “Laat mij maar stofzuigen" en ondertussen op de zuurstofslang gaat staan, dan wordt ik ook nog als een hond aan de lijn teruggetrokken. Grrrr.

Er zijn veel van dit soort kleine gebeurtenissen. Mensen blijven nu eenmaal haken achter losliggende slangen, gaan er op staan, roepen waarschuwingen waarvan je schrikt of zijn behulpzaam en zwaaien de slang uit de weg. Meestal blijft de schade beperkt en krijg je alleen een ruk aan je oren. Soms sneuvelt je kopje thee of koffie en dat is dan weer niet zo prettig. Je leert er mee leven, er zijn belangrijkere dingen dan een beetje slangenstress.