Reanimatie

Bij een ziekenhuisopname voor een klaplong komt de zaalarts langs om de intake te doen. Ze werkt de vragenlijst af en tussen de vraag of ik een dieet volg en allergieën heb stelt ze de vraag of ik gereanimeerd wil worden. Ik ben overdonderd. Dat is een van die dingen waar ik nog niet bij stilgestaan heb. Onmiddellijk begin ik te bedenken, dat als het mis gaat en ik nu overlijd het voor mij waarschijnlijk een pijnloze manier is om er tussenuit te knijpen, maar dat ik er met geen haar op mijn hoofd over denk om dat mijn naasten aan te doen. De zaalarts is van het realistische soort. Ze ziet mijn aarzeling en doet er een schepje bovenop met de opmerking dat je bij reanimatie vaak blijvende schade oploopt. Ik geef als antwoord dat ik gereanimeerd wil worden en zij belooft nog even met de longarts te overleggen. Een kwartiertje later komt de longarts om de behandeling van de klaplong te starten. Die zegt: "natuurlijk gaan we reanimeren, je bent nog veel te goed". Dat is prettig om te horen. Het is ongetwijfeld zinvol om mensen boven de 60 te vragen naar hun wensen rond reanimatie. Voor mij echter zorgde de manier waarop de vraag gesteld werd wel voor een heel surrealistische ervaring.